Albert Speer

Deze naam ken ik vooral van de BBC documantaire The World at War, waar hij een van de geinterviewden is en uiteraard een blik geeft in de gang van zaken aan de top van het Derde Rijk. Al is en blijft het een dader, het feit dat hij (enige) openheid van zaken lijkt te geven, spreekt voor hem.

Hij neemt ons hier, en in al zijn eerdere biografien, bij de neus, volgens Magnus Brechtken. In zijn biografie van Speer komt een heel ander beeld naar voren, namelijk die van de rasmanipulator die hij was en bleef tot het eind. Brechtken stoelt deze stelling op origineel bronnenonderzoek, waar hij voorgaande biografeurs verwijt zich hoofdzakelijk te baseren op de verhalen van Speer zelf. Geen van hen is de archieven ingedoken volgens Brechtken, wat natuurlijk schandelijk is en direct de geloofwaardigheid van elke andere biografie op losse schroeven zet. Is dit volstrekt de gang van zaken?

In elk geval komt in het interview bij de NRC meer naar voren over hoe hij zorgvuldig de geschiedenis is gaan schrijven na de oorlog, opdat we hem op vreemde manier toch sympathiek zouden vinden en hem het voordeel van de twijfel rondom zijn holocaust-onwetendheid zouden gunnen. Mooi niet, volgens Brechtken. Dat manipuleren deed hij met Hitler zelf, door hem te geven wat die wou zien in termen van groteske architectuur. Credit nemen voor andermans zaken, “Führernähe” gebruiken om invloed over dertien miljoen arbeiders te bereiken.

Het beeld is een ongebreideld en kennelijk buitengewoon effectief egoisme, waar wereldwijd historici en publieke opinie in is getrapt. Brechtken wijst aan waar in het archief zijn misdaden zoals het gebruik van arbeidskrachten uit concentratiekampen voor zijn constructies staan opgeschreven.

Ik ben er ook ingetuind.